Het telefoontje

Afgelopen woensdag was het 1 oktober, de datum waar ik naar toe leefde. Vanaf 1 oktober mocht ik namelijk weer naar het ziekenhuis bellen om te vragen op welke plek op de wachtlijst ik stond voor behandeling van mijn insulineallergie. In verband met tentamens die er binnenkort aankomen , waarvoor ik misschien wel maatregelen zou moeten gaan treffen als ik genoeg op de wachtlijst gestegen zou zijn en om mezelf niet gek te maken was dit heel belangrijk voor mij .

Donderdag 2 oktober heb ik dan gebeld, want dan was vriendlief thuis. Mijn inschatting was dat ik of heeeeeel blij zou zijn en dat met hem willen delen, of toch enigszins teleurgesteld en dan was het ook beter als ik niet alleen thuis zou zijn.

s’Ochtends,  vol goede moed (en enige spanning) mijn telefoon gepakt. Ik bel naar de dermatologie poli en vraag naar de insuline allergie afdeling. Toen kreeg ik te horen dat zij de hele ochtend druk zijn en dat ik om half 12 terug kan bellen. *Zucht* Dan nog maar even 2 uur wat anders doen.

Half 12, het is zo ver. Mijn maag spant zich weer even aan. Weer blijk ik niet goed te zitten, dit telefoon nummer was alleen maar voor het maken van afspraken en niet voor de wachtlijst en weer kreeg ik een ander telefoon nummer wat ik moest bellen. Even een keer diep adem halen terwijl de telefoon opnieuw over gaat. Hè, hè, nu blijk ik wel de juiste persoon aan de lijn te hebben. Hier onder het belangrijkste stukje uit het gesprek:

Assistente: “Wat was uw naam ook alweer? Oh wacht volgens mij zie ik u hier staan.”

Zou ik dan hoger op de lijst staan als ze mijn naam gelijk ziet?

Assistente: “U staat op plek 11.”

*Stilte*

Ik: “Oh………… ”

De  moed zonk me in de schoenen. Plek 11, ik kan zweren dat ik vorige keer op plek 10 stond, volgens vriendlief was het vorige keer ook  plek 11. Twee maanden geleden had ik een telefonische check-up waar ik tevens  te horen kreeg op welke plek op de lijst ik stond. In twee maanden tijd niets opgeschoven. Hoe ik daar mee om ging? Niet goed. De rest van de dag voelde ik me als een zombie. Het meeste ging aan me voorbij. Het enige wat telkens door mijn hoofd ging was “Twee maanden… hoe lang duurt het dan voor ik ooit behandeld ga worden…. Twee maanden …”.

Mijn hoop om voor de jaar wisseling behandeld te worden, mijn hoop dat het binnenkort over zou zijn, dat het allemaal wel goed gaat komen, alles smolt weg als sneeuw voor de zon. Mijn hoofd denkt: het is in ieder geval geen wachtlijst voor een orgaan, je hoeft niet in het ziekenhuis te wachten tot iemand anders overlijdt zodat je zelf blijft leven, je kunt nog leven. Maar in mijn hart voel ik de steken, zelfs tijdens het schrijven van deze blog, ook al is het een paar dagen later word ik weer stil en krijg ik de woorden er met moeite uit………

Advertisements